You are here

De vitaliteit van kleine steden vergroten - "Laten we er een prioriteit van maken!"

Edited on

28 August 2019

Hoe kunnen kleine steden vandaag de dag gedijen? URBACT, het Europese samenwerkingsprogramma voor betere steden, belicht deze maand een reeks lokale acties om kleine en middelgrote steden te helpen meer levenskracht te krijgen.

Van unieke winkelbelevenissen, onderscheidende lokale producten en culturele evenementen tot maatschappelijke betrokkenheid en financiële prikkels: kleinere steden zijn op zoek naar manieren om aantrekkelijk te blijven - en om genoeg bedrijven, talent en bezoekers te overtuigen om niet toe te geven aan de aantrekkingskracht van grotere stedelijke gebieden.

Honderden kleine steden hebben zich in de loop der jaren aangesloten bij de URBACT-netwerken en werken samen met lokale groepen en internationale experten aan duurzame, sectoroverschrijdende oplossingen voor problemen zoals lege hoofdstraten, afnemende werkgelegenheid of vergrijzing.

URBACT-netwerken RetaiLink, Agri-Urban en City Centre Doctor presenteerden een selectie van dergelijke oplossingen op een conferentie van Vitality of Smaller Cities in Barcelona (ES). Lees hier het volledige verslag met casestudy's en beleidsaanbevelingen. Het evenement bracht burgemeesters, stadsambtenaren, stedenbouwkundigen en onderzoekers uit 23 landen samen om te onderzoeken hoe levendige stadscentra kunnen worden gecreëerd, de verkoopbaarheid van lokale producten kan worden vergroot en kleinere steden tot een prioriteit kunnen worden gemaakt.

Maar waarom zijn kleinere steden zo belangrijk?

"Kleine steden vormen de ruggengraat van de territoriale vergelijking van Europa. Deze steden liggen verspreid over het hele continent en spelen een zeer belangrijke rol om diensten zo dicht mogelijk bij de burgers te brengen", zegt Emmanuel Moulin, directeur van het URBACT-secretariaat. "Europa kan meer doen voor kleine steden. Soms ligt de focus alleen op grote metropolen, gebaseerd op de perceptie dat zij de drijvende kracht achter de economische ontwikkeling zijn. Ik ben van mening dat Europa een evenwichtige territoriale ontwikkeling nodig heeft en dus meer steun moet geven aan kleinere steden."

 

Grotere, bekendere steden kunnen een belangrijke rol spelen bij de stedelijke economische ontwikkeling en innovatie. En met het potentieel om een agglomeratie te vormen en aanzienlijke investeringen in infrastructuur, hebben zij duidelijke voordelen ten opzichte van kleine en middelgrote steden.

De stedelijke agenda van de EU erkent echter dat stedelijke gebieden van elke omvang de groei kunnen stimuleren, banen voor de burgers kunnen creëren en het concurrentievermogen van Europa in een geglobaliseerde economie kunnen versterken. Zoals de Nederlandse stadsgezant Nicolas Beets zegt: "De Europese Unie is er voor haar burgers en ten minste 40% daarvan woont in kleine en middelgrote steden".

Het Pact van Amsterdam, dat in 2016 de stedelijke agenda van de EU heeft vastgesteld, stelt dat de stedelijke uitdagingen, hoewel ze steeds meer een lokaal karakter hebben, "een bredere territoriale oplossing (met inbegrip van verbindingen tussen stad en platteland) en samenwerking binnen functionele stedelijke gebieden" vereisen. Het pact roept de stedelijke autoriteiten op om "binnen hun functionele gebieden en met de omliggende regio's samen te werken, door het territoriale en stedelijke beleid met elkaar te verbinden en te versterken", aangezien stedelijke oplossingen grote territoriale voordelen kunnen opleveren.

Hier zijn slechts een paar URBACT-geïnspireerde bronnen voor steden van alle soorten en maten:

"URBACT is een uniek programma dat openstaat voor alle Europese steden, ongeacht hun omvang of geografie", zegt Nuala Morgan, hoofd van de eenheid Kapitalisatie en communicatie van URBACT. "Kleinere steden beschikken vaak niet over dezelfde middelen als hun grotere buren om deel te nemen aan EU-programma's en andere stedelijke initiatieven, dus het is belangrijk dat URBACT hen helpt bij het opbouwen van hun capaciteiten".

Vertaald door Dorian Claeys uit dit artikel (van Amy Labarrière)